-
PER344
De terugkeer voor Pontius Pilatus
De perikoop PER344 analyseert de terugkeer van Jezus voor Pontius Pilatus na zijn verschijning voor Herodes Antipas, een episode die alleen door Lucas wordt verteld. Pilatus, die geen enkele schuld vindt die volgens het Romeinse recht met de dood bestraft kan worden, probeert weerstand te bieden aan de druk van de Joodse religieuze leiders. Het artikel biedt een nauwkeurige chronologische reconstructie van de vrijdagochtend van het lijden en werpt de taalkundige vraag op naar de gesprekken tussen Jezus en Pilatus, die vermoedelijk in het Grieks werden gevoerd.
Mattheüs 27.2-14 (De Heilige Schrift 1917) :En Hem gebonden hebbende, leidden zij Hem weg, en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, den stadhouder.Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren penningen den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht,Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien.En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven.En de overpriesters, de zilveren penningen nemende, zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen, dewijl het een prijs des bloeds is.En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen.Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag.Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren penningen genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israels, Denwelken zij gewaardeerd hebben;En hebben dezelve gegeven voor den akker des pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft.En Jezus stond voor den stadhouder; en de stadhouder vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.Toen zeide Pilatus tot Hem: Hoort Gij niet, hoevele zaken zij tegen U getuigen?Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org